Start Pagina // Weblog // Links // Contact    


Familie Cornelis Jasper Seesing 


Familie Cornelis Jasper Seesing / Adriana Johanna Seesing - van Oosterhout

  Inhoud

- Cornelis Jasper Seesing
- Adriana Johanna Seesing - van Oosterhout
- Beroepen
- Woningen


Op 17 Mei 1948 treden Cornelis Jasper Seesing (geboren op 19.02.1922 te Berkel en Rodenrijs, zoon van Jacobus Gerardus Seesing, geboren op 06.02.1896 te Portugaal en Alida Schrama, (geboren op 07.08.1897 te Den Haag) en Adriana Johanna Seesing - van Oosterhout (geboren op 12.03.1926 te Rotterdam) dochter van Adrianus Antonius van Oosterhout geboren op 12.01.1899 en Wilhelmina van Oosterhout - Mulder geboren op 06.06.1900) voor der kerk in het huwelijk.

Cor is op 17.06.2009 in Capelle aan den IJssel overleden.
Jeanne is op 19.10.2009 in Cappelle aan den IJssel overleden.


stamboom seesing
Een hele tijd geleden heb ik een grafische stamboom gemaakt. Vanaf de kinderen heb ik alle namen terug vervolgd en geprobeerd zoveel mogelijk foto´s op de stamboom te krijgen. Als jullie op de kleine foto klikken wordt de stamboom in een nieuw venster geopend. De stamboom heeft 1 MB en het kan dus een moment duren.


Kinderen uit dit huwelijk
(klik bij de betreffende persoon op de hyperlink voor verdere informatie)

Naam Geboren in Geboortedatum Gestorven Getrouwd met
1 aad Adrianus Johannes Franciscus Den Haag 20.05.1949 .
2 sjaak Jacobus Johannes Gerardus Rotterdam 13.06.1952 .
Diana Kal
3 fred Alfred Maria Cornelis Rotterdam 17.02.1954 .
Elke Krolikowski
4 lida Alida Sophia Wilhelmina Rotterdam 12.01.1956 .
Rob Oostveen

Cornelis Jasper Seesing

De oudste foto van Cornelis Jasper (Cor) die als tweede zoon werd geboren is van ongeveer 1927.
janloeknoltheocor
Op de foto staat hij helemaal rechts.

Verder op de foto v.l.n.r.:
Jan, Loek, Nol en Theo.

















In zijn jeugd verhuisden zijn ouders naar de Christaan de Wetstraat in Rotterdam. Daar raakte hij bevriend met de broer van Adriana Johanna (Jeanne) van Oosterhout, Gerardus (Gerrit) van Oosterhout.

Ze zaten samen op de St. Louis School aan de Putselaan in dezelfde klas.
1922 Cor Seesing
Links voorin zit
Gerardus van Oosterhout de latere zwager van Cor. Cor zelf zit achterin tweede van links (wit hemd met stropdas).
Let vooral ook op het mariabeeld in de klas. Het was toen heel gebruikelijk dat er in de klassen maar ook in de woonkamers beelden van heiligen stonden. Meestal stonden er ook bloemen bij. Men was zeer gelovig in die tijd.

Klik op de foto voor een vergroting.



In deze tijd is onderstaande foto gemaakt met kinderen uit de straat en familieleden van Jeanne.
cor christiaan de wetstraat
Hij was leerling op de St Louis School van 1928 tot 1935. Jaren later zou ik zelf deze school nog bezoeken en wel de eerste klas. Wij verhuisden daarna naar Pendrecht. De Putselaan was een lange straat in Rotterdam Zuid. Vele oude gebouwen stonden er en in het midden reed het "moordenaartje", een treintje dat vaker dodelijke ongelukken veroorzaakte en daarom deze bijnaam had. De school zelf was van bakstenen gebouwd en had hoge klaslokalen.
Na deze school bezocht hij 3 en half jaar een Priesteropleiding op het semenarie Hageveld te Heemstede. Honderden leerlingen met broeders en nonnen waren in dit semenarie te vinden. Ze bouwden zelf groenten en fruit aan en bereidden hun dagelijks eten zelf. Ze waren nagenoeg zelfverzorgend.
In de Martinus Steinstraat sloot Cor zijn opleiding met een avondstudie bij de hbs af.

Foto boven  ter beschikking gesteld van Jan van Oosterhout


semenarie hageveld.

Links op de foto Cor in het midden tussen twee medeleerlingen voor het Semenarie in Hageveld.
Klik op de foto voor een vergroting.

1922 Cornelis Jasper Seesing

In 1943, tijdens de tweede wereldoorlog, werd Cor op zijn werk opgepakt
en moest hij als dwangarbeider bij Opel in Brandenburg gaan werken. Hij kwam eerst op de schoonmaakafdeling terecht waar hij verf van gereedschap moest verwijderen. Later kreeg hij een administratieve baan.
Later kwamen Jan en Nol ook naar Brandenburg. Tijdens de tweede wereldoorlog werd in Brandenburg de vrachtwagen Opel Blitz "S" gebouwd. In juli en augustus 1944 werd de fabriek door amerikaanse bommen sterk beschadigd. De broers waren echter niet persoonlijk betroffen. In de zomer 1944 werkten er 4500 werknemers bij Opel daarvan 1800 dwangarbeiders. De nederlandse dwangarbeiders werden overigens goed behandeld. Ze mochten zelfs met verlof naar Nederland. Wel was er een regeling dat als ze niet terugkwamen een collega niet met verlof naar huis mocht.

Rechts op de foto Nol, Cor en Jan Seesing voor een Barak.


Tijdens een bombardement op paaszaterdag 1944 werd de fabriek sterk beschadigd. Op deze dag was Cor bij Italianen op bezoek toen er alarm kwam. Hij ging met de Italianen in de schuilkelder maar hoorde even later nederlandse stemmen. Hij ging naar de hoek van de nederlanders. Later werd de bunker door een bom geraakt en veel Itilianen zijn om het leven gekomen, Cor had geluk gehad.
Met vrachtwagens werden gewonden en doden naar het ziekenhuis gebracht. Bij de tweede rit werden de mensen op het plein voor het zieknhuis neergelegd, er was geen plaats meer. De mensen stierven op straat.

Lees hier hoe Cor weer naar huis gekomen is.

In december 1947 trouwden Cor en Jeanne voor de wet in Rotterdam. De foto is gemaakt voor het stadhuis in Rotterdam op de Coolsingel.
Voor een grotere afbeelding met namen: 1922 Cornelis Jasper Seesing.


Rechts de trouwfoto uit mei 1948. De bruidsmeisjes waren v.l.n.r.: Fiet Seesing, Riet Seesing en Mia van Oosterhout.
1922 Seesing Cornelis Jasper1922 Cornelis Japer Seesing

Beroepen
In 1948 trouwden Cor en Jeanne en gingen in Den Haag wonen. Later verhuisden ze naar Rotterdam - Katendrecht waar hij als boekhouder bij de firma Schouten in de Tolhuisstraat begon. De Vleeschwarenfabriek stelde een woning op de vierde verdieping op nummer 48 ter beschikking. In 1958 verhuisden we naar Pendrecht en na het faillissement van Schouten begon Cor als boekhouder bij de Nederlandsche Middenstandsbank. In 1973 begon hij als procuratiehouder bij de firma Hans de Waal - Vleeswarengroothandel in Alblasserdam.

Adriana Johanna Seesing - van Oosterhout

jeanne
Geboren in Rotterdam woonde Jeanne met veel andere familieleden in de Christiaan de Westraat in Rotterdam-Zuid. Broers van haar vader Adrianus van Oosterhout woonden eveneens in deze straat. Jeanne bezocht de St. Maria kleuterschool en de St. Maria meisjesschool in de Christiaan de Wetstraat.

Met de bouw van de St. Maria school is men in 1903 begonnen. In Rotterdam Zuid kwamen steeds meer mensen wonen o.a. veroorzaakt door de crisis. In 1850 telde Rotterdam 86.000 inwoners, in 1900 waren het er al 330.000. De Afrikaanderbuurt is extra voor de vele havenarbeiders gebouwd en natuurlijk moesten er voor de kinderen ook scholen worden gebouwd. St. Maria School Rotterdam

Foto rechts, de St. Maria school is bijna klaar, alleen de ramen ontbreken nog.

Foto links, Jeanne in 1929.



De school had twee ingangen en bepaalde leerlingen waren een "B-leerling". Het waren leerlingen die door de school werden aangekleed omdat de ouders geen of weinig geld hadden. Vaak was de crisis de oorzaak. De kinderen kregen een geruite jurk en kniekousen die vreselijk jeukten.
Op deze school begon ook voor Jeanne de ernst van het leven. Op houten, onbeweeglijk tafels en banken, moest ze nu elke dag naar school. Ik kan het jammer genoeg niet zien maar het zouden van die klaptafels kunnen zijn waaronder de boeken lagen. Ik neem aan dat ze nog met potloden schreven want ik zie geen inktpotjes. In het kader rechtsonder is Jeanne te zien.
1926 Jeanne van Oosterhout1926 Oosterhout van Jeanne
Rechts op de foto staat Jeanne samen met haar vader Janus voor de muziektent op het Afrikaanderplein. De muziektent had een achtkantig dak en stond op houten zuilen. Als kind heb ik er later nog wel eens gespeeld.

Hieronder nog 3 foto´s uit Jeanne haar schooltijd. Op het bordje, links op te foto, staat "Herinnering aan mijn schooltijd 1935". Jeanne staat voor de Maria school aan de Christiaan de Wetstraat. Het is 1935 en een moeilijke tijd. Janus, Jeanne haar vader, werkt in de haven als arbeider en veel geld is er niet. De jas van Jeanne ziet er niet meer zo netjes uit en de kousen zijn al vaker gestopt. Mijn moeder vertelde mij dat haar moeder dat heel goed kon. Handwerken en stoppen van kousen heeft ze in het weeshuis geleerd. Na de wasbeurt werden de kousen na het drogen in een mandje gelegd en bekeken. Zaten er gaten in de kousen werd de passende wol gezocht en werd het gat gestopt. Rechts onder zit ze aan de naaimaschine, het zal ongeveer 1939 geweest zijn. Wat ze hier leerde heeft ze tot op hoge leeftijd volgehouden. Ze heeft heel wat uren aan de naaimaschine gezeten om gordijnen of kleding te naaien. Rechts boven Jeanne (staand derde van links) in de laatste klas van de school. De meisjes hebben allemaal briefjes in de hand. Wat dat voor briefjes waren weet mijn moeder niet meer.
1926 Oosterhout van Jeanne1926 Oosterhout van Jeanne











1926 Oosterhout van Jeanne
Door haar broer Gerrit, die samen met Cor in een klas zat, leerde ze Cor kennen.

Jeanne heeft vele jaren gordijnen genaaid voor verschillende bedrijven. Goed kan ik me nog aan Vroom & Dreesman uit de jaren 1968 herinneren. Door deze bijverdienste was het mogelijk veel extra wensen te vervullen.
jeanne
Links op de foto Jeanne met naaiwerk in de Papendrecht straat in Rotterdam-Zuid.















Woningen

Na de woning in Den Haag verhuisen Cor en Jeanne met Aad naar Rotterdam-Katendrecht.

Cor en Jeanne woonden sinds 1952 in de Tolhuisstraat nummer 48. De buurt was niet zo chique. De dames van lichte zeden woonden in de andere straten. Maar in dtolhuisstraat10ie jaren was er nog weinig overlast en had Katendrecht de naam heel gezellig te zijn. Cor en Jeanne waren erg blij met deze nieuwe woning. Ze hadden in Den Haag gewoond waar mijn oudste broer Aad is geboren. Ze verhuisden naar Katendrecht omdat Cor hier als boekhouder bij Vleeschwarenfabriek Schouten begon. Schouten had hier een kleine fabriek op de begane grond en boven de fabriek woningen. Op de vierde verdieping kregen we een woning en Cor hield natuurlijk altijd een oogje in het zeil vanuit de woning. Persoonlijke herinneringen aan Katendrecht heb ik niet of nauwelijks. We verhuisden in 1958 al naar Pendrecht. Vage herinneringen heb ik nog aan de VW bestelbusjes waarmee de vleeswaren naar de slagerijen werden gebracht. Ik weet nog dat we wel eens mee mochten. Dat was natuurlijk ontzettend spannend. Je zat voorin en je mocht helpen de vleeswaren de slagerij in te dragen. Elke keer als de chauffeur remde moest hij me vasthouden zodat ik niet van de stoel af schoot.


1922 Cor Seesing

Links op de foto Cor bij het biljarten in de Tolhuisstraat. Regelmatig kwam ook de pastoor meedoen die daarbij graag ook een borreltje dronk en een sigaar rookte.

Op Koninginnedag werd er feest gevierd op de Kaap en was het ontzettend gezellig. Ik weet alleen niet meer of we van Pendrecht hier naar toe liepen of dat we er nog woonden. De hele dag werden er spelletjes gedaan. De winkels lagen weken van te voren al vol met maskers, confetti, vlaggetjes en ik weet niet wat nog meer. Ik kan me nog goed die balletjes aan een bamboe wandelstokje herinneren. Dus bij passanten het elastiek spannen en het balletje loslaten. Leuk! Het is allemaal met carnaval te vergelijken.
 

In de grote vakantie vertrokken we vanaf Katendrecht voor een aantal weken naar Beuningen. Deze reisjes werden door het Patronaat georganiseerd en de katholieke kinderen van Katendrecht mochten mee, mits de ouders het hele jaar een kleine bijdrage betaald hadden. Voor onze ouders was het natuurlijk ook prettig: enkele weken zonder kinderen is beslist ook wel eens fijn. Maar daarover later meer. 

Op Katendrecht lag ook het heen-en-weer bootje aan. Dit pontje, een kleine boot, stak over naar het Koning-innehoofd (de kop van de Wilhelminakade) en dan verder naar de andere kant van de Maas en wel naar de Veehavenmaashaven (hoek Willemskade). Vaak zijn wij als kinderen met het bootje naar de stad geweest. Het kostte een dubbeltje en was natuurlijk veel spannender dan door de tunnel of over de brug. Onder de steiger gingen we nog wel eens naar geld zoeken want vaak gebeurde het dat de mensen op zoek naar kleingeld het geld tussen de planken lieten vallen. Als je geluk had vond je het onder de steiger tussen de stenen. Wat was het mooi als het waaide en het water over de boeg sloeg. Overal waren schepen die ons snel passeerden op weg naar de zee.

De Maashaven omstreeks 1956 

Later toen ik me voor de geschiedenis van Katendrecht ging interesseren ben ik er met Sjaak en Petra nog eens wezen kijken. Wat was er allemaal veel veranderd. Ons geboortehuis in de Tolhuisstraat stond er echter nog steeds. Het is een tamelijk nette wijk geworden. Er is geen prostitutie meer en in de haven liggen geen schepen meer. Het was niet meer mogelijk de grote schepen in deze haven te lossen. Er is veel nieuwbouw bijgekomen en er zijn prachtige flats die uitkijken op de Maas. De gezelligheid, die ik, en ik weet niet waarom, nog steeds in mijn herinnering heb, was er niet meer. De geluiden van hijskranen die piepend over het terrein reden, de geluiden van treinen die aan het rangeren waren en de signalen van aankomende en vertrekkende boten is allemaal verleden tijd en zal hier nooit meer terug komen. 

De Woning op Katendrecht was eigenlijk te klein. Ons jongste zusje Lida was intussen geboren en onze ouders wilden uit Katendrecht weg omdat de buurt niet zo geschikt was voor het opvoeden van kinderen. 

Na de tweede wereldoorlog heerste er nog steeds woningsnood in Rotterdam. Men besloot daarom een hele nieuwe wijk in Rotterdam te  bouwen: Pendrecht

Pendrecht

De Papendrechtstraat, waar wij kwamen te wonen, lag aan de Tiengemetensingel. Karaktiristiek was dat de woningen om een centrale plaats zijn gebouwd. In ons geval was dat een pleintje met speelrekken. Hier kwamen daarom alle kinderen naar toe als het mooi weer was. Zeker toen er nog geen televisie was speelden we vaak hier. Auto´s waren er nog bijna niet en daarom kon je ook tamelijk veilig op straat spelen. De jongens speelden natuurlijk veel voetbal, cowboytje of diefje met verlos.


Alblasserdam

Alblasserdam, een dorp aan de rivier de Noord werd vanaf 1971 onze woonplaats. Na 13 jaar Pendrecht besloten Pa en Ma Pendrecht de rug toe te keren. Eraan vooraf gegaan was een bezoekje van Hans de Waal uit Alblasserdam. Hans de Waal was een oud collega van Pa uit de Schouten tijd op Katendrecht. Na hetAlblasserdam failliesement van Schouten had Hans een vleeswaren-groothandel opgericht en had jaren later een boekhouder nodig. Ik kan me nog herinneren hoe Pa en Ma aan het afwegen waren of ze deze stap zouden wagen. Wij kinderen hadden er niets op tegen. Aad en Sjaak werkten al, Lida en ik gingen nog naar school en onze vrienden woonden toch al verder weg. In 1971 was Alblasserdam ongeveer 670 jaar oud en een leuk stadje. Toendertijd was Alblasserdam bekend om de files ter hoogte van de brug over de Noord. Een van de belangrijkste toeristische trekpleisters van Nederland, ligt als het ware in de achtertuin van deze gemeente: het wereldberoemde Molengebied Kinderdijk. Niet minder dan 19 molens staan daar op een gebied van ongeveer 2 kilometer afstand van elkaar. Ook in de (echte) winter was het heel aantrekkelijk in Alblasserdam. Wanneer het echt koud geweest was en de boezems en watergangen waren bevroren, kwamen de schaatskriebels van de Alblasserdammers en vele andere Nederlanders naar boven. Aantallen van tienduizend die dagelijks de Molentochten schaatssten waren zeker geen uitzondering.

We namen van iedereen afscheid in Pendrecht en we vertrokken naar Alblasserdam. Pa en Ma huurden een rijtjeshuis in de van Ruysdaellaan op nummer 28. De woning was een stuk groter dan in Pendrecht. Op de begane grond de woonkamer, keuken en gasten wc. Op de eerste verdieping 3 slaapkamers en een badkamer met een ligbad (wat een luxe). Op zolder dan nog een grote kamer waar ik in trok. De grootste verbetering was echter de centrale verwarming. Alle kamers werden verwarmd en de tijd van kou lijden tijdens het leren op de kamer was voorbij. Warm geworden met Alblasserdam ben ik echter nooit. Ik heb er geen vrienden gekregen en de omgang met buren was maar beperkt. De enigste die het echt naar zijn zin had was Opa. Opa, die ook in Pendrecht al bij ons in woonde, was mee naar Alblasserdam verhuisd. Hij was een fanatiek sportvisser en was elke dag aan het water te vinden. En in de buurt van Alblasserdam was veel water. Hij kocht een roeiboot die hij bij een collega van Pa weglegde. Je zag Opa bijna alleen nog maar gaan of komen.

Louvre

In 1984 verhuisden ze naar Capelle aan den IJssel. De kinderen waren allemaal de deur uit en de woning was te groot. Cor en Jeanne wilden graag bij hun dochter Lida in de buurt wonen en daarom was Capelle aan den IJssel een goede keus. Jeanne heeft er tot 19.10.2009 gewoond. Na haar overlijden hebben de kinderen de woning opgezegd en werd het hoofdstuk Capelle aan den IJssel gesloten.









Reacties zijn van harte welkom en ik zal alle post die ik krijg onder de rubriek Web-Log publiceren.
Bereiken kunnen jullie mij door naar de pagina "contact" te gaan. Heb ik fouten gemaakt dan heb ik ze zeker niet met opzet gemaakt. Geef me een seintje ein ik verander het zo snel mogelijk.